Noordhollandse Zoogdier Studiegroep
Ontdek de wilde zoogdieren binnen je eigen provincie
Wild van je eigen Provincie








Wil jij ook kennis maken met de zoogdieren in je eigen omgeving? Begin je ontdekkingsreis dan bij de Noord-Hollandse Zoogdierstudiegroep.

2018: Simultaantelling vleermuiskerngebieden in Noord-Holland (boven Noordzeekanaal) voor de Rosse vleermuis en de Watervleermuis

In de jaren negentig van de vorige eeuw zijn (on)regelmatig Rosse vleermuizen en Watervleermuizen geteld in een aantal bosgebieden ten noorden van het Noordzeekanaal. Meer recent zijn slechts enkele delen van deze bosgebieden op de vleermuizen onderzocht. Hoewel de landelijke trend voor beide soorten positief (stijgend) lijkt te zijn is het onbekend hoe het met beide soorten genoemde regio gaat. Daarom organiseert de NOZOS samen met de Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland in het weekend van 15 t/m 17 juni 2018 een integrale telling. Gedurende dit weekend willen we alle kraamkolonies van Rosse vleermuizen en Watervleermuizen in Marquette (Heemskerk), de Landgoederen Ter Coulster en Nijenburg (Heiloo), het Alkmaarder Hout, Bergerbos en ’t Oude Hof (Bergen) vinden en tellen. Daar is veel mankracht voor nodig dus als je mee wilt doen meldt je dan aan door een mail te sturen naar info@nozos.nl.

Van de boombewonende vleermuizen in Noord-Holland is van twee soorten relatief het meest bekend, en wel van de Rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en de Watervleermuis (Myotis daubentonii). Sinds de aanvang van de vleermuisinventarisaties (in de zomer) in 1986 zijn in Noord-Holland tal van kolonies gevonden. De Watervleermuis is de afgelopen decennia steeds talrijker geworden in Nederland, wat duidelijk blijkt uit tellingen van overwinterende dieren. De toename van aantallen overwinterende dieren vond vooral plaats in de periode 1970-1988. Rosse vleermuizen overwinteren in bomen waardoor er geen dekkende tellingen van overwinterende dieren bestaat. Losse tellingen van kolonies en waarnemingen van foeragerende Rosse vleermuizen in de zomer leveren geen duidelijke indicaties voor een toe- of afname van deze. Vandaar een integrale teling van beide soorten. De resultaten van de Watervleermuis kunnen worden vergeleken met de trend van de overwinterende dieren. De resultaten van de Rosse vleermuis kunnen vergeleken worden met de bevindingen voor de Watervleermuis.

De Rosse vleermuis is in West-Europa een uitgesproken boombewonende soort. Zowel solitaire mannetjes, groepen vrouwtjes met jongen, als dieren in winterslaap gebruiken boomholten als onderkomen. De (kraam)groepen van Watervleermuizen in de zomer zijn vooral bekend van spleten en gaten in holle bomen. Een verwante groep vrouwtjes, de kraamgroep, bewoont een netwerk van bomen waarbinnen individuen en groepen veel verhuizen. Al nadat de jongen enkele dagen oud zijn worden deze door de vrouwtjes meegenomen naar andere verblijfplaatsen. (Kraam)kolonies variëren van enkele tientallen tot meer dan honderd dieren. Leefgebieden van naburige groepen kunnen gedeeltelijk overlappen zonder dat er noemenswaardige uitwisseling tussen die groepen plaatsvindt.

Voor beide soorten geldt dus dat een kolonie, een familiegroep van vrouwtjes met hun jongen, altijd een reeks bomen gebruikt in de loop van het jaar. Na enkele weken verplaatsen de dieren zich vaak naar een volgende boomholte. Daarom is een telling binnen één weekend nodig om dubbeltellingen te voorkomen. De verlaten holten worden later in het jaar, of in het volgende jaar, weer gebruikt. De holten vormen een netwerk van verblijfplaatsen. Indien een boomholte tijdens een telronde niet gebruikt wordt wil dit nog niet zeggen dat deze holte niet van belang is voor het voortbestaan van de kolonie. In een vorig of volgend jaar, met andere weersomstandigheden, kan het zijn dat de kolonie deze holte weer nodig heeft. Rosse vleermuizen vinden we voornamelijk in oude dikke bomen zoals Eik en Beuk van minimaal 50 jaar oud en veel vaker minstens 100 jaar oud. Deze bomen zijn te vinden op oude landgoederen en buitenplaatsen, in parken en in bossen. Rosse vleermuizen worden regelmatig overwinterend in bomen aangetroffen. Vaak zitten ze dan met een redelijk grote groep dicht opeengepakt in een boomholte. Bomenkap vindt vaak in de winter plaats. Rosse vleermuizen zijn hierdoor één van de kwetsbaarste vleermuisoorten in de winter!

 Juist de aanwezigheid van clusters bomen in hun eindstadium zijn voor beide soorten vleermuissoorten van zeer groot belang. De aftakelende bomen zitten vol gaten en spleten. Al in 1987 werd het belang aangetoond dat de betekenis van bossen toeneemt naarmate een bos ouder wordt (Helmer 1987). Als voorbeeld het Wildrijk; Sinds kort is dit bos 50 jaar oud en nu pas is de eerste Rosse vleermuisverblijfplaats in één van de bomen aanwezig. Naarmate dit bos ouder wordt kan de populatie hier waarschijnlijk toenemen. Echter, een juiste leeftijdsopbouw van bomen (met holten) in een bos is daarbij essentieel. Zodra men de bomen in verval gaan kappen, bv vanwege risico op takbreuk, zullen de boombewonende vleermuizen verdwijnen. Ten bate van de vleermuizen kun je de waarde van een bos verlengen door zorg te dragen voor een goede leeftijdsopbouw van bomen. Per periode van 20 jaar moeten voldoende bomen aanwezig zijn zodat er altijd voldoende bomen in hun eindfase aanwezig zijn. Daarom is het belangrijk om bij het beheer van bossen minimaal 100 jaar vooruit te kijken. In een gezond vleermuisbos zijn altijd voldoende bomen ouder dan 100 jaar aanwezig zijn en daarom eveneens voldoende toekomstbomen in de leeftijd van 50-100 jaar en toekomstbomen in de leeftijd van 0-50 jaar.

 Ten noorden van het Noordzeekanaal vinden we slechts vier bosgebieden waar meerdere kraamkolonies van beide soorten voorkomen (zie tabel 1 en 2) en die op dit moment voldoen aan de noodzakelijke aanwezigheid van een cluster aan oude bomen (eiken en beuken) met holten. Dit zijn de kerngebieden voor de Rosse vleermuis en Watervleermuis in Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal die zeer essentieel zijn voor het voortbestaan van de regionale populaties. Hopelijk zijn hier ook voldoende toekomstbomen aanwezig. Voor de Rosse vleermuis is dus verder een nieuwe kraamkolonie bekend in het Wildrijk. In het duinbos bij Schoorl waren eind vorige eeuw enkele kraambomen met Watervleermuizen aanwezig. Onbekend is of dit nu nog het geval is. De populatieomvang voor beide soorten ten noorden van het Noordzeekanaal wordt geschat op maximaal 450 dieren.

Tabel 1: Locaties met kraamverblijven van Rosse- en Watervleermuis benoorden het Noordzeekanaal en schatting aantal voorkomende dieren. Bronnen: zie literatuurlijst

Tabel 2: Locaties met kraamverblijven van Rosse- en Watervleermuis benoorden het Noordzeekanaal en schatting aanwezig percentage van de regionale populatie. Bronnen: zie literatuurlijst

 

 Bronvermelding

Broekmeyer, M.E.A. & J.B. den Ouden, 1994. A-locatie bossen in Noord-Holland Kenschets, beoordeling en adviezen met betrekking tot behoud en ontwikkeling van relicten van inheemse bosgemeenschappen in de provincie Noord-Holland. IBN-rapport 301.

Damm, T., D. Sluis, M. van Straaten, 2007. Flora en fauna van de Alkmaarderhout; natuurwaarden in een 400-jaar oud stadspark; inventarisatie 2006 (en 2007). Van der Goes en Groot, Alkmaar/Kwintsheul.

Helmer, W. 1987. Een onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen in 25 bosgebieden in Nederland. Rapport Staatsbosbeheer, Dienstvak Terreinbeheer, afdeling Flora en Fauna, Utrecht.

Kapteyn, K. 1993. Simultaantelling kolonies Rosse vleermuis en Watervleermuis in Zuid-Kennemerland. NOZOS-Nieuwsbrief 2(1).

Kapteyn, K. 1994. Simultaantelling kolonies Rosse vleermuis en Watervleermuis in Noordelijk deel Noord-Kennemerland. NOZOS-Nieuwsbrief 2(1).

Kapteijn, K., 1994. Vleermuizen van het Heilooërbos, landgoed Nijenburg. Rapport Stichting Vleermuisbureau. Wageningen, 10 pp.

Kapteyn, K. 1995. Vleermuizen in het Landschap. Schuyt & Co. Haarlem.

Kapteyn, K. 1997. Simultaantelling in 1997 in Heiloo. NOZOS-Nieuwsbrief 4 (3): 5-6.

Kapteyn, K. 1998. Rosse vleermuizentelling in Heiloo. NOZOS-Nieuwsbrief 5 (2): 4-5.

Kapteyn, K. 1999. Drie jaren monitoring rosse vleermuis en watervleermuis in Heiloo e.o. NOZOS-Nieuwsbrief 7.

Kapteyn, K. 2000. Monitortelling boombewonende vleermuizen in Heiloo in het jaar 2000. NOZOS-Nieuwsbrief 8.

Vleermuiswerkgroep Noord‐Holland, 2017. Excursies en activiteiten. Jaarverslag 2016.

Witte, R.H., 2016. Vleermuizenonderzoek Middenlaan en Ronde O Laan, Heilooër Bos. Endemica-rapport 16-14. Bureau Endemica, Alkmaar.

Witte, R.H., 2016. Vleermuisonderzoek Boerderij Nijenburg, Heiloo. Endemica-rapport 16-15. Bureau Endemica, Alkmaar.

Witte, R.H., 2016. Schraapzucht in het Alkmaarder Hout. Over de invloed op de natuur van voorstellingen tijdens de avondschemering.  Endemica-rapport 16035. Bureau Endemica, Alkmaar.

Witte, R.H., 2017. Notitie: Bomenonderhoud Alkmaarder Hout. Endemica-rapport 17-16. Bureau Endemica, Alkmaar.

 

Websites

https://www.verspreidingsatlas.nl/8496174

https://www.verspreidingsatlas.nl/8496162